Subsidies

Onderstaand overzicht laat zien welke subsidieregelingen relevant kunnen zijn voor technische en innovatieve ontwikkelingen. Per subsidiepagina wordt inzicht gegeven in de financiële mogelijkheden, verscheidene openstellingen, thematieken, en belangrijke voorwaarden. De focus ligt op regelingen waarin wij veel ervaring hebben, en op subsidies die de komende periode interessant zijn.

Staat een beoogde subsidie niet tussen onderstaand overzicht? Neem dan gerust contact met ons op via 010 - 243 06 53, of info@craeghs.nl

Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Subsidie afbeelding

WBSO & Innovatiebox

WBSO & Innovatiebox

1

De WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) is dé aanvraag als het gaat om research en development. Met deze fiscale regeling stimuleert de Nederlandse overheid innovatieve bedrijven om meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling. U kunt WBSO aanvragen voor twee type projecten: Ontwikkelingsprojecten en technisch wetenschappelijk onderzoek. Bij eerstgenoemd kan er gedacht worden aan de ontwikkeling van innovatieve producten, productieprocessen of programmatuur, of een combinatie daarvan. Daarnaast is de WBSO het toegangsticket voor de innovatiebox.

Ontwikkelingsprojecten

Dit zijn ontwikkelingen die voor jou als aanvrager technisch nieuw zijn. Hieronder wordt de ontwikkeling van innovatieve producten, productieprocessen of programmatuur verstaan, of een combinatie daarvan. Voor producten en productieprocessen geldt dat het om tastbare, fysieke ontwikkeling moet gaan.

Technisch wetenschappelijk onderzoek

Technisch wetenschappelijk onderzoek betreft onderzoeksprojecten met als doel een verklaring voor een verschijnsel te vinden, die niet te geven is op basis van algemeen toegankelijke kennis.

Hoe werkt het?

Via de WBSO kunt u een tegemoetkoming krijgen in de loonkosten van werknemers die R&D-werk verrichten. De tegemoetkoming is geregeld door middel van een fiscaal voordeel: een vermindering op de af te dragen loonheffing van jouw medewerkers. Deze zogenoemde afdrachtsvermindering bedraagt 36% van de eerste € 391.020 aan loonkosten voor R&D-werk. Voor de resterende loonkosten is dit 16%. Ben je een starter dan is de vermindering over de eerste € 391.020 zelfs 50%. Daarnaast kun je ook WBSO aanvragen voor andere kosten en uitgaven voor uw R&D project, bijvoorbeeld voor kosten van proeven, prototypes of investeringen in een nieuw R&D-laboratorium.

Wie komt in aanmerking?

Iedere ondernemer in Nederland kan een WBSO-aanvraag indienen, wanneer:

  • Je zelf het speur- en ontwikellingswerk uitvoert;
  • De technologische ontwikkeling nieuw is voor jouw organisatie;
  • Er technische knelpunten bij de ontwikkeling aanwezig zijn;
  • De werkzaamheden (grotendeels) nog plaats moeten vinden (je vraagt dus vooraf WBSO aan);
  • Projecten vinden plaats in de EUR en worden uitgevoerd door werknemers op de loonlijst, waarvoor in Nederland loonheffing wordt ingehouden.

Innovatiebox

Ook kan de WBSO een ticket verlenen tot de innovatiebox. Deze kan innovatieve ondernemers belastingvoordeel geven over de winst die wordt gemaakt met innovatieve activiteiten. Er wordt dan een effectief Vennootschapsbelastingtarief van 9% gehanteerd in plaats van de reguliere 25,8%. De innovatiebox wordt uitgevoerd door de Belastingdienst.

Subsidie afbeelding

EFRO 2021 – 2027

EFRO 2021 – 2027

2

Wat is EFRO?

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is het Europese subsidieprogramma dat innovatie, verduurzaming en economische groei in de regio’s stimuleert. EFRO heeft als doel de economische verschillen tussen Europese regio’s te verkleinen, en kan onderverdeeld worden in nationale EFRO programma’s en internationale programma’s (INTERREG). Binnen Nederland richt dit fonds zich primair op technische innovatie (slimmer) en de transitie naar een groene, circulaire economie (groener).

Voor wie is EFRO?

EFRO is er voor innovatieve mkb’s, kennisinstellingen, ondernemingen en samenwerkingsverbanden die actief willen bijdragen aan slimme en duurzame ontwikkeling in hun regio. EFRO kent in Nederland een regionaal karakter, het nationale programma is dan ook verdeeld in 4 regio’s:

  • Noord-Nederland (Drenthe, Friesland en Groningen, EFRO Noord);
  • Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel, EFRO Oost);
  • Zuid-Nederland (Noord-Brabant, Limburg en Zeeland, OPZuid);
  • West-Nederland (Noord- en Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht, Kansen voor West).

Noord-Nederland (Drenthe, Friesland en Groningen) – EFRO Noord
Het EFRO-programma voor Noord-Nederland wordt uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). SNN stimuleert, faciliteert en verbindt mensen, ideeën en ambities die bijdragen aan de ontwikkeling van de regio. Naast EFRO beheert SNN ook het Just Transition Fund (JTF) en subsidies binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Openstellingen richten zich onder meer op valorisatie van innovaties en samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen.

Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel) – EFRO Oost
Het EFRO-programma voor Oost-Nederland wordt uitgevoerd door EFRO Oost en richt zich op een slimmer en groener Oost-Nederland, met sterke, innovatieve ondernemers en een krachtig midden- en kleinbedrijf. Overijssel en Gelderland werken samen aan projecten op het gebied van innovatie en de energietransitie, met een duidelijke focus op het versterken van het regionale ecosysteem van bedrijven en kennisinstellingen.

Zuid-Nederland (Noord-Brabant, Limburg en Zeeland) – OPZuid
Het EFRO-programma voor Zuid-Nederland, OPZuid, wordt uitgevoerd door Stimulus Programmamanagement. Het programma richt zich op innovatie met maatschappelijke én economische impact, aansluitend op vijf grote maatschappelijke transities: energie, grondstoffen, klimaat, landbouw & voeding en gezondheid. Het mkb — inclusief innovatieve start- en scale-ups — staat hierbij centraal.

West-Nederland (Noord- en Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht) – Kansen voor West
Het EFRO-programma voor West-Nederland heet Kansen voor West en is een economisch stimuleringsprogramma voor de vier Randstadprovincies en de vier grootste steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht; de G4). Het programma kent drie prioriteiten: innovatie, de transitie naar een groene en koolstofarme economie, en een stedelijk luik gericht op de ontwikkeling van specifieke stadsgebieden in de G4. De programmaperiode loopt van 2022 tot en met 2029.

Belangrijk

Binnen de verschillende EFRO-programma’s worden regelmatig verschillende openstellingen gepubliceerd, elk met een eigen focus en doelstelling. Hieronder vind je een overzicht van relevante EFRO-regelingen. Let op: voorwaarden, budgetten en aanvraagperiodes verschillen per openstelling. Via de link onder elke openstelling vind je alle actuele details. 

Subsidie afbeelding

DHI: Internationaal ondernemen

DHI: Internationaal ondernemen

999

Wat is de DHI?

De DHI-subsidieregeling ondersteunt Nederlandse mkb-ondernemingen die internationaal willen groeien. De regeling is bedoeld voor bedrijven die hun technologie, product of dienst willen introduceren op een nieuwe buitenlandse markt, een buitenlandse klant willen overtuigen van een investering of een eigen investering in het buitenland willen voorbereiden.

De DHI bestaat uit verschillende onderdelen: Demonstratieprojecten, Haalbaarheidsstudies, Investeringsvoorbereidingsprojecten en, sinds 2026, Marktvalidaties voor startups.

Voor wie is DHI?

De DHI is bedoeld voor Nederlandse mkb-ondernemingen die nieuwe activiteiten in het buitenland willen ontwikkelen. Dit kan gaan om export naar een nieuwe markt, het overtuigen van een buitenlandse afnemer of het voorbereiden van een investering in een buitenlandse productie- of dienstenfaciliteit.

Ook samenwerkingsverbanden kunnen een aanvraag indienen. In dat geval moet de penvoerder een Nederlandse mkb-onderneming zijn en moet het project in belangrijke mate gericht zijn op het mkb.

Hoeveel subsidie kun je krijgen?

Voor demonstratieprojecten, haalbaarheidsstudies en investeringsvoorbereidingsprojecten bedraagt de subsidie normaal gesproken 50% van de subsidiabele kosten. Voor groene projecten kan dit oplopen tot 70%,mits de kernactiviteit aantoonbaar bijdraagt aan één of meer vergroeningsdoelen.

De maximale subsidiebedragen zijn:

  • € 200.000 voor demonstratieprojecten;
  • € 100.000 voor haalbaarheidsstudies;
  • € 100.000 voor investeringsvoorbereidingsprojecten;
  • € 25.000 voor marktvalidaties van startups.

Voor alle DHI-projecten geldt een minimum van € 50.000 aan subsidiabele projectkosten. DHI wordt verstrekt onder de de-minimisverordening. Hiervoor geldt een maximum van € 300.000 aan de-minimissteun over een periode van 3 jaar per onderneming.

Belangrijke voorwaarden

DHI is gericht op nieuwe buitenlandse markten. De aanvrager moet aannemelijk maken dat subsidie nodig is om een concreet knelpunt voormarktentree, export of investering weg te nemen. Reguliere verkoopactiviteiten, algemene promotie, algemeen marktonderzoek en productontwikkeling vallen buitende regeling.

Daarnaast gelden onder andere de volgende voorwaarden:

  • De aanvrager is een mkb-onderneming met rechtspersoonlijkheid, gevestigd in Nederland of het Caribisch deel van het Koninkrijk;
  • De ontwikkeling en productie van het product of de dienst vindt plaats in Nederland of het Caribisch deel van het Koninkrijk;
  • De onderneming heeft in beginsel minimaal 3 werknemers in Nederland in loondienst, of kan aantonen dat de uitvoeringscapaciteit op een andere manier structureel is geborgd;
  • Voor de meeste onderdelen geldt dat de onderneming over de afgelopen 3 jaar minimaal €100.000 omzet heeft gerealiseerd;
  • De technologie is in de meeste gevallen uitontwikkeld, doorgaans TRL 8 of 9;

Ook moet aannemelijk worden gemaakt dat het project leidt tot concrete vervolgstappen. Bij demonstratieprojecten en haalbaarheidsstudies gaat het vaak om verwachte export. Bij investeringsvoorbereidingsprojecten gaat het om een voorgenomen investering in het doelland. Voor marktvalidaties geldt dat binnen 3 jaar na afloop export of investering moet worden verwacht.

Aanvragen

De DHI werkt met jaarlijkse openstellingen. Voor 2026 is de regeling geopend van 2 maart 2026 tot en met 31 december 2026, zolang er budget beschikbaar is. Het totale budget voor 2026 bedraagt € 8,5 miljoen. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Een volledige en goed onderbouwde aanvraag is daarom belangrijk. Wanneer een aanvraag onvolledig wordt ingediend en later moet worden aangevuld, geldt het moment van aanvulling als ontvangstdatum.

Voordat een aanvraag kan worden ingediend, moet eerst een quickscan bij RVO worden ingediend. RVO geeft vervolgens binnen ongeveer twee weken een indicatie of het project voldoende aansluit bij de regeling. Dit advies is niet bindend, maar geeft wel een eerste inschatting van de slagingskans.

Subsidie afbeelding

EIA/MIA/Vamil

EIA/MIA/Vamil

999

Om investeringen in energiezuinige en milieuvriendelijke technieken te stimuleren heeft de Nederlandse overheid de subsidieregelingen Energie-Investeringsaftrek (EIA) en Milieu Investeringsaftrek (MIA) in het leven geroepen.

Doel van de regelingen

De Energie-Investeringsaftrek (EIA) kan worden toegepast op investeringen in energiezuinige technieken en duurzame energie. De MIA is bedoeld voor innovatieve milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Middels deze regelingen kan een financieel voordeel worden verkregen doordat een bepaald percentage van de (maatwerk)investering in mindering gebracht mag worden op de fiscale winst, zodat minder belasting hoeft te worden betaald.


MIA/Vamil

Milieu Investeringsaftrek (MIA) en Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen) zijn twee aparte regelingen, maar op veel bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor MIA kan ook willekeurig worden afgeschreven op basis van de Vamil. Wanneer een bedrijfsmiddel voor Vamil in aanmerking komt, mag 75% van de investering willekeurig worden afgeschreven. Dat kan op een door uzelf te bepalen moment en levert mogelijk een liquiditeit- en rentevoordeel op.

Aanvragen

Voor zowel EIA als MIA geldt dat de investering binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting bij RVO moet zijn aangemeld. RVO toetst of de investering voldoet aan de voorwaarden. Er wordt elk jaar een uitgebreide Energielijst en Milieulijst opgesteld waarin bedrijfsmiddelen zijn vermeld die in aanmerking komen voor de regeling. Buiten de bedrijfsmiddelen in deze lijsten is het ook mogelijk om afwijkende investering te melden.

Uw bedrijfsmiddel op de lijst?

Het is ook mogelijk om jouw innovatieve energiezuinige oplossing of milieuvriendelijk product op de lijst te krijgen. Dit kan aantrekkelijk zijn omdat het product daarmee bij jouw klanten een financieel voordeel oplevert! We ondersteunen je hier graag bij.

Subsidie afbeelding

EMFAF

EMFAF

999

Wat is het EMFAF?

Het Europees Maritiem, Visserij en Aquacultuur Fonds (EMFAF) is een Europees subsidieprogramma voor de periode 2021-2027, gericht op het ondersteunen van duurzame groei in de maritieme sector, visserij en aquacultuur. Het fonds draagt bij aan de implementatie van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB), het maritieme beleid van de EU en de internationale strategie voor duurzaam oceaanbeheer.

Met EMFAF steunt de EU bedrijven, organisaties en kennisinstellingen die bijdragen aan duurzame voedselvoorziening, innovatie, natuurherstel, versterking van kustgemeenschappen en een concurrerende, toekomstbestendige blauwe economie. De nadruk ligt op innovatie, verduurzaming, verantwoord gebruik van natuurlijke hulpbronnen, biodiversiteit en (internationale) samenwerking.

Voor wie is EMFAF?

EMFAF is er onder andere voor ondernemingen uit de visserij- en aquacultuursector, visverwerkende bedrijven, branche- en producentenorganisaties, kennisinstellingen en stichtingen, en andere partijen actief in- of voor de maritieme keten.

Nederland & EMFAF

In Nederland wordt het EMFAF uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Het totale programmabudget voor de periode 2021-2027 bedraagt ruim € 139,9 miljoen.

Binnen het programma worden regelmatig subsidies opengesteld, gericht op uiteenlopende thema's binnen de maritieme sector. Denk aan:

  • Innovatieve projecten in de visserij en aquacultuur: Voor bedrijven die vernieuwen en verduurzamen binnen hun sector;
  • Vernieuwingen in de visserij- en aquacultuurketen: Voor projecten die de gehele keten versterken, van vangst tot verwerking;
  • Investeringen in duurzame vistechnieken: Zoals systemen voor lagere stikstofuitstoot of betere vangstregistratie;
  • Datacollectie en kennisontwikkeling: Vvoor onderzoek dat bijdraagt aan duurzaam beheer van visbestanden en het mariene ecosysteem.

Voorwaarden, budgetten en aanvraagperiodes verschillen per openstelling. Via de links onder elke openstelling vind je alle actuele details.

Subsidie afbeelding

Energy Innovation NL

Energy Innovation NL

999

Wat is Energy Innovation NL

Energy Innovation NL (voorheen Topsector Energie) is het Nederlandse innovatieprogramma dat de energietransitie versnelt door gerichte samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en de overheid. Het programma bundelt publieke en private middelen om innovatieve energieoplossingen te ontwikkelen en op te schalen, met als overkoepelend doel: een duurzame, betrouwbare en betaalbare energievoorziening voor Nederland en daarbuiten.

Een groot deel van de subsidies die aansluit bij Energy Innovation NL ligt bij RVO. Bedrijven, consortia en kennisinstellingen die werken aan innovatieve energieoplossingen kunnen via verschillende openstellingen aanspraak maken op financiering vooruiteenlopende projecten. Van vroeg stadium onderzoek tot grootschalige demonstraties in de praktijk.

Voor wie is Energy Innovation NL?

De subsidies die vallen binnen Energy Innovation NL zijn beschikbaar voor een brede doelgroep: van individuele mkb-bedrijven en grote ondernemingen tot onderzoeksinstituten, universiteiten en publieke organisaties. Afhankelijk van het instrument gelden specifieke eisen ten aanzien van de projectsamenstelling, de omvang van het consortium ende fase van innovatie. Samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen is bij veel instrumenten een vereiste of wordt sterk gestimuleerd. De regelingen zijn nadrukkelijk gericht op projecten met een aantoonbare bijdrage aan de Nederlandse energietransitie en klimaatdoelstellingen.

Thema's

Energy Innovation NL werkt langs een aantal strategische thema's die aansluiten op de Nederlandse klimaat-en energiedoelstellingen, waaronder:

  • Hernieuwbare energie – zoals zon, wind, geothermie en groene waterstof
  • Energiebesparing in de industrie – efficiënter gebruik van energie in productieprocessen
  • Gebouwde omgeving – verduurzaming van woningen en utiliteitsgebouwen
  • Energiesystemen en -infrastructuur – flexibiliteit, opslag en netintegratie
  • Duurzame mobiliteit – innovaties in transport en logistiek met lage emissies

Wat Energy Innovation NL onderscheidt, is de gestructureerde aanpak waarbij innovatie wordt gestimuleerd door de gehele keten: van fundamenteel onderzoek naar toegepaste ontwikkelingen uiteindelijk praktijkdemonstratie en marktintroductie. De regeling biedt instrumenten voor elke fase van dit traject, afgestemd op de schaal en het typeproject.

Belangrijk

Binnen Energy Innovation NL worden regelmatig verschillende openstellingen gepubliceerd, elk met een eigen focus en doelstelling. Hieronder vind je een overzicht van relevante regelingen, waaronder de SDE++, MOOI: Elektriciteit, DEI+ Circulaire economie & Biobased projecten, STUDI: Studies voor duurzame industrie en de VEKI: Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie. Let op: voorwaarden, budgetten en aanvraagperiodes verschillen per openstelling. Via de link onder elke openstelling vind je alle actuele details.

Subsidie afbeelding

Eureka

Eureka

999

Wat is Eureka?

Eureka is een intergouvernementeel netwerk dat innovatieve samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en onderzoeksorganisaties uit meer dan 45 landen faciliteert. Het netwerk werd opgericht in 1985 en heeft zich sindsdien ontwikkeld tot één van de grootste internationale programma's voor voormarktgerichte onderzoeks- en innovatiesamenwerking ter wereld.

Voor wie is Eureka?

De Eureka-programma’s zijn bedoeld voor bedrijven, kennisinstellingen en onderzoeksorganisaties die internationaal willen samenwerken aan innovatie. Samenwerking met minimaal één partner uit een ander Eureka-lidstaat is in vrijwel alle programma's een harde vereiste. Afhankelijk van het programma gelden aanvullende eisen ten aanzien van de samenstelling van het consortium, de omvang van deelnemende organisaties en de aard van het project.

Doelstelling en werkwijze

Eureka richt zich op het versnellen van de ontwikkeling van innovatieve producten, processen en diensten die een concrete marktvraag adresseren. De kracht van het netwerk ligt in de combinatie van bottom-up projectvorming en internationale samenwerking. Deelnemers bepalen zelf het onderwerp en de samenstelling van hun consortium, terwijl ze tegelijkertijd gebruik kunnen maken van de structuur en financiering die het netwerk biedt.

Ondersteuning in Nederland

In Nederland wordt de deelname aan Eureka-programma's ondersteund door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen die willen samenwerken met internationale partners in een gezamenlijk innovatieproject, kunnen via Eureka toegang krijgen tot subsidies, netwerken en internationale marktkennis.

Kenmerkende eigenschappen

Eureka-projecten kenmerken zich door:

  • Sterke markt- en toepassingsgerichtheid;
  • Internationale samenwerking als kernvereiste;
  • Brede sectorale dekking, van agri-food tot hightech en life sciences;
  • Toegang tot Europese en mondiale innovatienetwerken.

Belangrijk

Binnen Eureka worden regelmatig verschillende openstellingen gepubliceerd, elk met een eigen focus en doelstelling. Hieronder vind je een overzicht van relevante regelingen, waaronder Eurostars Call. Let op: voorwaarden, budgetten en aanvraagperiodes verschillen per openstelling. Via de link onder elke openstelling vind je alle actuele details.

Subsidie afbeelding

GLB (EIP)

GLB (EIP)

999

Wat is het GLB - EIP?

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is een Europees subsidieprogramma (2023–2027) dat gericht is op het versterken en verduurzamen van de landbouwsector. In Nederland wordt het GLB uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Binnen het GLB worden ondernemers en samenwerkingsverbanden ondersteund bij het ontwikkelen en toepassen van innovatieve oplossingen die bijdragen aan onder andere: duurzame en toekomstbestendige landbouw, klimaatadaptatie en emissiereductie, biodiversiteit en efficiënt grondstoffengebruik én versterking van de agrarische keten De nadruk hierbij ligt op praktijkgerichte innovaties die direct toepasbaar zijn in de sector.

Een belangrijk onderdeel van het GLB is EIP (European Innovation Partnership). Deze regeling stimuleert samenwerking tussen partijen in de landbouwketen om innovaties sneller van idee naar praktijk te brengen. Binnen EIP werken zogeheten operationele groepen samen, bestaande uit bijvoorbeeld; agrariërs, verwerkers, technologiebedrijven en kennisinstellingen. Samen ontwikkelen en testen zij innovatieve oplossingen met directe impact op de sector.

Voor wie is GLB (EIP)?

De regeling is bedoeld voor samenwerkingsverbanden binnen de agrarische sector, zoals ondernemers, ketenpartners en kennisinstellingen. Samenwerking is in de meeste gevallen een vereiste om in aanmerking te komen voor subsidie.

Thema's

EIP-projecten richten zich bij voorkeur op één of meer van de volgende thema's:

  • Duurzame toegevoegde waardeketens : Samenwerking in de keten om landbouwproducten duurzamer en marktklaar te maken;
  • Nieuwe technologieën in de landbouw : Zoals precisielandbouw, AI, robotica, sensortechnologie en digitale systemen;
  • Gebiedsgerichte samenwerking: Vernieuwende activiteiten gericht op kringlooplandbouw en het halen van natuur-, water- en klimaatdoelen;
  • Sectorale initiatieven: Samenwerking aan de ontwikkeling van nieuwe producten, processen en technologieën binnen een sector.

Belangrijk

Binnen het GLB (EIP) worden periodiek openstellingen gepubliceerd, elk met een eigen focus, budget en aanvraagperiode.

Subsidie afbeelding

LIFE

LIFE

999

Wat is LIFE?

LIFE is een Europese subsidieregeling voor projecten die Europees verschil maken. Deze regeling is vooral bedoeld voor grotere projecten met impact, vaak vanaf €1 miljoen projectkosten. LIFE richt zich op innovaties die Europa schoner, groener of klimaatbestendiger maken.

Voor wie is deze subsidie?

LIFE is geschikt voor bedrijven, kennisinstellingen, non-profitorganisaties en overheden die aan innovatieve projecten werken op het gebied van milieu, natuur en klimaat. Deelname van Europese partners is sterk van belang, hoewel Nederlandse organisaties ook als hoofdaanvrager kunnen optreden.

Onderwerpen en mogelijkheden

Binnen LIFE is veel mogelijk: van technologische innovaties tot beleidsgerichte projecten en initiatieven rond samenwerking, kennisdeling en ondersteuning. LIFE past vooral bij projecten die:

  • bijdragen aan milieu, natuur, klimaat of energietransitie
  • een sterke innovatie bevatten
  • opschaalbaar zijn en EU-brede impact hebben
  • bij voorkeur samen met Europese partners worden uitgevoerd

Waar liggen de kansen?

Voor technologische innovatieprojecten zijn vooral deze LIFE-onderdelen interessant:

  • Circulaire economie en kwaliteit van leven
  • Klimaatmitigatie en -adaptatie
  • Natuur en biodiversiteit

Belangrijk

Binnen LIFE worden regelmatig verschillende openstellingen gepubliceerd, elk met een eigen focus en doelstelling. Hieronder vind je een overzicht van relevante regelingen, waaronder LIFE 2026. Let op: voorwaarden, budgetten en aanvraagperiodes verschillen per openstelling. Via de link onder elke openstelling vind je alle actuele details.

Subsidie afbeelding

MIT-regeling

MIT-regeling

999

De overheid wil topsectoren waarin Nederland wereldwijd uitblinkt nog sterker maken door innovaties te stimuleren. Het MKB is hierbij onmisbaar aangezien zij een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling en introductie van baanbrekende technieken en nieuwe producten.

De Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)-regeling kent de volgende instrumenten waar een subsidie voor kan worden aangevraagd: Haalbaarheidsprojecten, R&D-samenwerkingsprojecten en AI (Artificial Intelligence)-projecten.

Haalbaarheid

Doel van een haalbaarheidsproject is het onderzoeken en analyseren van het technisch en economisch potentieel van een voorgenomen innovatieproject. Van belang is dat na afloop van het project objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een innovatie zijn bepaald zodat de slagingskans van een ontwikkelingsproject kan worden ingeschat. Het subsidiepercentage is maximaal 40% tot een bedrag van € 20.000.

R&D-samenwerking

Wanneer een samenwerkingsverband van ten minste twee MKB-ondernemingen voornemens is om gezamenlijk een innovatief product of proces te gaan ontwikkelen kan subsidie worden aangevraagd voor een R&D samenwerkingsproject. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 35% tot een bedrag van € 350.000.

AI-samenwerking

Een MIT AI project lijkt qua voorwaarden op een MIT R&D project, maar is nadrukkelijk gericht op de ontwikkeling en toepassing van kunstmatige intelligentie. Dit omvat onder andere machine learning en reinforcement learning technieken. Ook is van belang dat het project oog heeft voor mensgerichte en betrouwbare AI. Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 35% tot een bedrag van € 350.000.

Belangrijk

Binnen de MIT-regeling worden regelmatig verschillende openstellingen gepubliceerd, elk met een eigen focus en doelstelling. Hieronder vind je een overzicht van relevante regelingen, waaronder MIT R&D 2026. Let op: voorwaarden, budgetten en aanvraagperiodes verschillen per openstelling en per regio. De MIT wordt doorgaans sterk overvraagd — een goede voorbereiding en een sterke aanvraag zijn daarom essentieel. Via de link onder elke openstelling vind je alle actuele details.

En nu?

De MIT wordt bijna altijd overvraagd daarom is een goede voorbereiding en sterke aanvraag noodzakelijk om deze subsidie te bemachtigen. Craeghs heeft veel ervaring met MIT projecten. Neem contact met ons op voor vrijblijvend advies hoe u de MIT kan gebruiken om jouw kosten te verminderen.

Subsidie afbeelding

Praktijkleren

Praktijkleren

999

Wat is praktijkleren?

Met de subsidieregeling praktijkleren stimuleert het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) werkgevers om praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen aan te bieden. Dankzij de regeling kunnen leerlingen, deelnemers, studenten of werknemers zich beter voorbereiden op de arbeidsmarkt en kunnen werkgevers beschikken over beter opgeleid personeel. Ook de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding komen voor subsidie in aanmerking.

Voor welke opleidingen geldt de subsidie?

De regeling is van toepassing opwerkgevers die praktijk- of werkleerplaatsen aanbieden aan leerlingen enstudenten uit de volgende onderwijsvormen:

  • Vmbo;
  • Voortgezet speciaal onderwijs (VSO);
  • Praktijkonderwijs;
  • Mbo via de beroepsbegeleidende leerweg (mbo-bbl);
  • Hbo;
  • Wetenschappelijk onderwijs, specifiek voor promovendi & technologisch ontwerpers in opleiding (toio's).

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor de subsidie Praktijkleren gelden de volgende voorwaarden ondernemersplein.overheid.nl:

  • Je voldoet aan de voorwaarden van de onderwijscategorie waarvoor je aanvraagt;
  • Je vraagt de subsidie aan het einde van het schooljaar aan, na afloop van de begeleiding;
  • Je houdt een administratie bij en bewaart deze, en toont deze op verzoek (zoals een geldige praktijkleerovereenkomst en een kopie van het diploma);
  • De leerlingen of studenten waarvoor je subsidie aanvraagt moeten staan in het DUO Register Onderwijs Deelnemers (ROD).

Belangrijk

Binnen de subsidieregeling Praktijkleren worden jaarlijks openstellingen gepubliceerd, aansluitend op het schooljaar. Hieronder vind je een overzicht van relevante regelingen, waaronder Praktijkleren 2026. Let op: voorwaarden, budgetten en aanvraagperiodes verschillen per openstelling. Via de link onder elke openstelling vind je alle actuele details.

Subsidie afbeelding

SLIM

SLIM

999

De SLIM iets voor jou?

Ben jij een MKB bedrijf en heb je een initiatief om het leren en ontwikkelen van werknemers te bevorderen? En wil je dit zelf of in samenwerking doen? Dan is de regeling SLIM mkb 2025-2029 mogelijk iets voor jou!.

Wat is SLIM?

In het midden- en kleinbedrijf is het minder gebruikelijk dat medewerkers structureel leren en zich ontwikkelen tijdens hun werk. Ook in sectoren als landbouw, horeca en recreatie is het door seizoensarbeid lastig een leerrijke werkomgeving te creëren. Met de SLIM-regeling wil het kabinet hier verandering in brengen door leren en ontwikkelen actief te stimuleren en te financieren.

De regeling wordt uitgevoerd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en is beschikbaar voor de periode 2025–2029.

Waarvoor kun je subsidie aanvragen?

De SLIM-subsidie kan worden ingezet voor vier typen activiteiten:

  • Doorlichting van de onderneming: Het inschakelen van een externe adviseur om je bedrijf door te lichten en een toekomstgericht opleidings- en ontwikkelplan op te stellen;
  • Loopbaan- en ontwikkeladviezen voor werknemers: Om medewerkers actief na te laten denken over hun toekomst en hen vitaal te houden;
  • Ontwikkeling van leerinitiatieven: Zoals het oprichten van een bedrijfsschool, het ontwikkelen van een systeem van ontwikkelgesprekken, of het opschalen van succesvolle leerprojecten;
  • Derde leerweg: Het aanbieden van een praktijkleerplaats voor (delen van) een mbo-opleiding als maatwerktraject voor volwassenen met werkervaring, werkzoekenden of werknemers die een carrièreswitch willen maken.

Voor wie?

De subsidieregeling is beschikbaar voor mkb-bedrijven, ondernemers en samenwerkingsverbanden. Voor individuele aanvragen (geen samenwerking) moeten de activiteiten zich richten op de eigen medewerkers. Voor samenwerkingsverbanden geldt dat hun initiatieven zich moeten richten op een externe leerschool en altijd uit activiteit c moeten bestaan. Het verband moet uit daarbij uit minimaal twee mkb-ondernemingen bestaan. Een voorbeeld is dat meerdere mkb-bedrijven binnen een sector samen een centrale leerschool opzetten, waardoor werknemers van verschillende bedrijven van elkaar kunnen leren en kennis kunnen uitwisselen.

Belangrijk

Binnen de SLIM-regeling worden regelmatig verschillende openstellingen gepubliceerd, elk met een eigen focus en doelstelling. Hieronder vind je een overzicht van relevante regelingen, waaronder SLIM Samenwerkingsverbanden en SLIM Individueel. Let op: voorwaarden, budgetten en aanvraagperiodes verschillen per openstelling. De regeling wordt doorgaans sterk overvraagd — een goede voorbereiding is daarom essentieel. Via de link onder elke openstelling vind je alle actuele details.

Praktijkleren
SLIM
DHI: Internationaal ondernemen
Eureka
LIFE
MIT-regeling
EIA/MIA/Vamil
WBSO & Innovatiebox
Energy Innovation NL
GLB (EIP)
EMFAF
EFRO 2021 – 2027